June 2020 / grace&us 07

Moeder van 200 kinderen

Sonaida Angel

By: Grace&Us, Images by Edwin Smulders

Sonaida Angel heeft naast haar eigen zoon Noel nog tweehonderd andere zonen en dochters. Ze zorgt namelijk ook een beetje voor alle jongens en meisjes van de voetbalclub Lesley Boys. De club die ze samen met haar man Lesley oprichtte en nu, na zijn dood, alleen voortzet.

Op 19 mei 2019 stond ik met tien jongentjes van twaalf en dertien jaar in een sporthal in Amsterdam. Ze waren gespannen voor de kampioenswedstrijd die ze over een half uur moesten spelen. Ik kende deze jongetjes al zes, zeven jaar. Ze waren net als veel andere kinderen bij ons uit de buurt naar ons toegekomen om te voetballen. Kleine jongentjes toen, grote jongens nu. Ik keek naar het team dat langs de lijn stond te wachten en dacht aan Lesley. Aan hoe hij met deze jongens had gewerkt naar dit toernooi toe. Daar is jarenlang trainen, wedstrijden spelen, kleding regelen, zorgen dat er een bus is, aan vooraf gegaan.

 – “We waren Nederlands kampioen geworden. Ik keek naar de spelers die aan het juichen waren. Dit hadden zij voor Lesley gedaan.”

Tien maanden eerder was Lesley overleden. Dat hij er niet bij kon zijn, bij dit belangrijke moment, voelden we allemaal. Verdriet gemengd met een enorme drive om te winnen. Ik dacht aan al die keren dat hij deze jongens had aangemoedigd, had toegesproken, had gemotiveerd en geënthousiasmeerd. Hij kon als geen ander spanning wegtoveren. Dan maakte hij een grap zodat de jongens moesten lachen. Ik keek naar de gebogen schouders van de spelers naast me en zei: ‘Als jullie nu niet rechtop gaan staan gooi ik jullie één voor één daarin’ en knikte met mijn hoofd naar het basketbalnet dat aan de muur aan de zijkant van de sporthal hing. Het werkte. Er werd gelachen, en daarna aan schouders getrokken en geduwd, er werd om water gevraagd, en de aanvoerder van het team zei tegen me: ‘Juf, we gaan straks op ons allerbeste spelen’. Een uur later had hij de beker in zijn handen. We waren Nederlands kampioen geworden. Ik keek naar de spelers die aan het juichen waren, dit hadden zij voor Lesley gedaan.

 – “Lesley was extravert, uitbundig, grappig en ontzettend lief. De hele avond hebben we zitten praten en hij is eigenlijk nooit meer weggegaan.”

Het begin van Lesley Boys

Vijfentwintig jaar eerder was ik Lesley tegengekomen in een supermarkt bij mij in de buurt. Een prachtige, lange, vriendelijke man. Iemand die heel goed wist wat hij wilde. Hij zag me sjouwen met twee zware boodschappentassen, liep op me af en pakte de twee tassen uit mijn handen. ‘Ik til ze wel voor je naar huis’, zei hij. Ik was verbouwereerd, normaal weet ik wel wat ik moet zeggen, maar nu keek ik in de mooiste bruine ogen en kon alleen maar ja knikken. Eenmaal thuis zette hij alle spullen ook nog voor me in de kast. Er was meteen een klik, ik voelde me heel erg op mijn gemak bij hem. Toen we even later samen koffie dronken aan mijn keukentafel voelde het alsof we elkaar al jaren kenden. Lesley was extravert, uitbundig, grappig en ontzettend lief. De hele avond hebben we zitten praten en hij is eigenlijk nooit meer weggegaan. Dat ik een zoon van zeven had vond hij alleen maar leuk. Dan was er iemand met wie hij kon voetballen, zei hij lachend. Eigenlijk is dat ook het begin van de Lesley Boys geweest.

Voetballen op een veldje

Op het grasveldje achter de flat waar we woonden nam Lesley Noel mee om een balletje te trappen. Mijn zoon zat op judo en had eigenlijk niks met voetballen. Maar door het enthousiasme van Lesley, die hem binnen no time allerlei tactieken en trucjes had geleerd, was hij al snel om en wilde het liefst elke dag voetballen. Lesley werkte bij KLM en als hij uit zijn werk kwam stond Noel al klaar met een bal. Al snel kwamen er kinderen uit de buurt naar het veldje om te vragen of ze mee mochten doen. Dat mocht altijd. En zij namen weer vriendjes, broertjes en neefjes mee. Elke middag waren er wéér nieuwe kinderen. Lesley had een groot hart, die zei altijd ‘ja’. Op een avond hadden we een gesprek over dat het veldje eigenlijk te klein was en dat we groepjes moesten maken zodat iedereen goed kon trainen. Lesley had zoiets van: we richten gewoon een voetbalclub op, met teams. Dat is handiger en overzichtelijker. Mijn eerste reactie was eerlijk gezegd: wat wil die man nou weer? Maar hij legde uit dat in een buurt als deze, de Amsterdamse Bijlmer, niet veel te doen is en er veel kinderen en jongeren zijn die die op straat hangen. Als er wat structuur in die voetbalmiddagen zou komen dan zou er genoeg ruimte voor iedereen zijn om spelenderwijs te kunnen voetballen. Hij was een gedreven man, hij zag geen obstakels, had alleen maar oog voor zijn jongens.

 – “We hebben nooit gedacht: wat gaan we doen? Het was altijd al duidelijk; we gaan door. Natuurlijk gaan we door.”

Fundament van de club

We zijn het serieus gaan aanpakken, want op een veldje trainen is één, een voetbalclub oprichten is iets anders. We zijn begonnen met het idee: iedereen mag meedoen, je hoeft niet te betalen. We wisten dat veel gezinnen het niet breed hebben, dus contributie vragen zou betekenen dat ook veel kinderen niet meer zouden komen. Daarom hebben we tot op de dag van vandaag vastgehouden aan die regel. Nog steeds is iedereen welkom. Die eerste vier jaar zijn we in de zomer niet op vakantie geweest. Het vakantiegeld van Lesley stopten we in de club. Lesley haalde in die tijd zijn trainersdiploma van de KNVB zodat hij bevoegd was om te trainen en ik regelde alles buiten het trainingsveld om. Ik schreef allerlei bedrijven aan met de vraag om ons te steunen, hetzij financieel, hetzij door kleding, schoenen of andere spullen die we konden gebruiken. Het waren ontzettend leuke zomers die uiteindelijk het fundament van de club zijn geworden. Uiteindelijk zijn we een zaalvoetbalclub geworden. Om in de KNVB-competitie te kunnen spelen moet je als club een eigen speelveld hebben en dat hadden wij niet. Lesley haalde daarover zijn schouders op en zei: ‘Dan gaan we in de zaal spelen’. Zijn vermogen om overal mogelijkheden in te zien was ongekend. Geen moment twijfelde hij, als het één niet kon, deed hij het gewoon op een andere manier. Lesley was een geboren trainer, hij wist altijd het beste uit iemand te halen. Maar hij was meer dan dat, hij was ook een vaderfiguur. Kinderen vertrouwden hem. We hadden ook altijd kinderen over de vloer. Jongens die het moeilijk thuis hadden en even op adem moesten komen. En soms waren ze gewoon aan het chillen hier. Dat doen ze nu nog steeds. Soms kom ik thuis en zit de hele woonkamer vol. Lesley was ook een komiek. Hij wist met humor iemand uit zijn schulp te halen. Lachen met elkaar vond hij belangrijk, het haalde de scherpe kantjes af van het moeilijke leven dat sommige kinderen hadden. Maar hij was ook heel straight. Hij verwachtte respect van de jongens. Hij zei altijd: ‘Papa’ - iedereen noemde hem zo, ‘is lief, maar niet gek’. Dat zeg ik nu ook: ‘Mama is lief, maar niet gek’. Ze moeten wel naar me luisteren. Ik ben rustig en verlegen, maar heb door Lesley ook wel geleerd dat het goed is om als het nodig is je stem te verheffen.

Begin 2018 raakte hij betrokken bij een bedrijfsongeval. Maandenlang ging hij in en uit het ziekenhuis. Hij werd maar niet meer de oude. Artsen dachten dat het door het ongeluk kwam, maar na veel onderzoek bleek dat hij ook kanker had en dat dat zijn lichaam aantastte. Hij was helemaal op. Op 5 augustus 2018 is hij overleden. Ik was verdrietig, gebroken; de man die zoveel plezier in mijn leven had gebracht was er niet meer. Een week na zijn begrafenis stond ik alweer op het voetbalveldje achter ons huis. Het voelde gek om daar zonder Lesley te zijn. Hij voelde nog zo aanwezig.

 – ”We hebben nooit gedacht: wat gaan we doen? Het was altijd al duidelijk; we gaan door. Natuurlijk gaan we door.”

Het komt altijd goed

De club is gegroeid, jonge spelers van toen, zijn trainers geworden, waaronder mijn zoon. We hebben na de dood van Lesley nooit gedacht: wat gaan we doen? Het was altijd al duidelijk; we gaan door. Natuurlijk gaan we door. Er zijn 200 jongens en meisjes die bij ons trainen. Ik zeg altijd: ‘Ik heb 200 kinderen’. Kinderen die vaak uit gebroken gezinnen komen of op een andere manier een onstabiele thuissituatie hebben. We leren ze veel meer dan alleen voetballen: dat je op tijd moet komen, altijd alle spullen bij je moet hebben, dat je een hand geeft als je binnenkomt en iemand aankijkt als je aan het praten bent. Ik leer ze over het leven naast voetbal en let tegelijk op of het goed met ze gaat. Als je niet lekker in je vel zit, kun je niet goed voetballen. Als ik weet dat er thuis te weinig geld is voor eten, haal ik eten. Als ze op te kleine schoenen lopen, regel ik nieuwe. Als ze een knuffel nodig hebben, geef ik die.

 – “Het liefst wil ik dat allemaal morgen doen, maar ik moet geduld hebben. En dat is oke, want dat heb ik óók van Lesley geleerd. Hij zei altijd: ‘Als je blijft geloven, komt het altijd goed.”

Mijn droom is om alle 6000 kinderen die in deze buurt wonen te laten sporten. De eerste stap is om de club te laten groeien tot 500 kinderen. Dat gaat helaas minder snel dan ik zou willen. We hebben een groter veld nodig en de gemeente werkt daarin niet echt mee. De droom van Lesley en mij was om kinderen lekker te laten voetballen en daarna met elkaar wat te eten en drinken. Heel simpel eigenlijk, maar voor kinderen in deze buurt is het een stabiele basis. Het liefst wil ik dat allemaal morgen doen, maar ik moet geduld hebben. En dat is oké, want dat heb ik óók van Lesley geleerd. Hij zei altijd: ‘Als je blijft geloven, komt het altijd goed’.

Sonaida Angel ontmoet Lesley Verveer beginjaren negentig. In 1994 richtten ze Lesley Boys op, een voetbalschool voor kinderen in de Bijlmer. Onder hun leiding wordt groeit de school en worden ze een officiële zaalvoetbalvereniging in 2015. Lesley overleed in 2018. Een jaar later werd Sonaida Nederlands kampioen met een van de teams. Anouk over Sonaida: ‘Soms ontmoet je mensen waarbij je direct weet: zij is bijzonder. Toen ik haar voor het ontmoette en zag hoe zij met haar jongens omgaat, gebeurde er iets! Ik móest deze vrouw beter leren kennen! Sonaida is een engel, een heel pittige, want ze staat aan het roer van Lesley Boys en is ‘mama’ van 200 kinderen.’ Sonaida woont in de Amsterdamse Bijlmer en heeft een zoon die, naast zijn werk bij KLM, trainer en bestuurslid is van Lesley Boys.

deel dit verhaal

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

1 reactie op “Sonaida Angel”

  1. Marlinda van der Hoff

    Wat een mooi initiatief en wat een krachtige vrouw. Ik vraag me af of de voetbalvrouwen (Anouk je kent ze vast) niet een steentje willen bijdragen aan dit mooie initiatief.
    En wie weet zou een link naar een crowdfunding actie kunnen bijdragen om dit te ondersteunen. Gewoon wat kleine ideetjes ;)

    liefs,
    Marlinda

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.