September 2019 / grace&us 02

‘Elke mislukte zwangerschapspoging begon ons steeds zwaarder te vallen’

Foto's door, Grace&Us

Voor Nathalie en haar vrouw Manon staat één ding vast: ze willen heel graag kinderen. Maar voor een homoseksueel koppel is dat niet zo makkelijk, daarvoor moeten extra hordes worden genomen en in hun geval waren dat aardig wat hordes.

‘Een paar dagen later belde hij me. Hij liep al jaren met het idee rond om ooit donor te zijn in de constructie die wij voor ons zagen’

Nathalie: ‘We zouden ‘casual’ een hapje gaan eten met elkaar, maar er was natuurlijk niks casuals aan toen Manon en ik tegenover een knappe man in het restaurant zaten. Die knappe man was een kennis die ik een paar dagen eerder op een borrel was tegengekomen. Toen iedereen weg was hadden we nog wat zitten praten. Ik vertelde hem over onze kinderwens en hoe dat in ons geval, lesbisch koppel, wat lastiger was. Een paar dagen later liet hij me weten dat hij misschien wel onze donor wilde zijn. Een dingetje: Manon kende deze man helemaal niet. Vandaar het etentje. Ik was zenuwachtig: zou Manon hem leuk vinden? Vindt hij haar een moedertype? Zou er een klik zijn? Voor ons hing er best veel van af. Als dit goed ging was de kans groot dat hij onze kinderwens ging vervullen.

In september 2010 ontmoette ik Manon. Het was zo’n allesbepalende ontmoeting, dat je weet: nu wordt alles anders. Een maand later hadden we verkering en binnen een half jaar wist ik dat ik met haar zou gaan trouwen. En ook dat we kinderen wilden was al snel een uitgemaakte zaak. Alleen moesten we daar op een andere manier over na gaan denken dan vruchtbare heterostellen. Stoppen met de pil en kijken wanneer het raak is, zit er bij ons niet in. Wij moesten nadenken of we een bekende of onbekende donor wilden. En is die donor dan iemand uit het binnenland of buitenland? En stel we gaan het traject van het ziekenhuis is, wordt dat dan IVF, KID of ICSI? En wat houden al die afkortingen in? Het enige wat we zeker wisten was dat Manon zwanger zou worden. Zij is drie jaar ouder dan ik en heeft al haar hele leven de wens om een zwangerschap mee te maken. Nadat we vijf jaar verkering hadden, besloten we. Het is tijd hiervoor te gaan en toen zijn we even heel goed gaan zitten over hoe we dit dan precies wilden aanpakken.

Mogen we jouw sperma gebruiken? Nadat we voor onszelf wisten wat we wilden, een bekende donor, moesten we de volgende stap zetten. Want wie wordt dat dan? Mannelijke vrienden boden zich aan, maar hun vrouwen of vriendinnen wilden dit liever niet. Bovendien realiseerden we ons ook dat als onze donor een vriend is, de band met hem ook zal veranderen. Dat kan goed gaan, of niet. Dat laatste wilden we niet riskeren. Zomaar op de man af iemand vragen is ook niet onze stijl. Wat zeg je dan in de kroeg of in een winkel: ‘Hé, mogen we jouw sperma gebruiken?’ Dus na een lange tijd popte die optie van anonieme donor toch weer op. Hoewel we dat toch lastig vonden, bekeken we ook die optie. Totdat ik dus met die kennis op een borrel over mijn kinderwens vertelde. Over hoe Manon en ik het voor ons zagen als we een kind zouden hebben en wat voor ons de rol van de donor zou zijn. Wij zien ons namelijk als de ouders; wij bepalen en betalen alles. De donor zou als een suikeroom fungeren. Een paar dagen later belde hij me. Hij liep al jaren met het idee rond om ooit donor te zijn in de constructie die wij voor ons zagen.

“Spuitjes, potjes, opzetstukjes, sperma; voor mij ging een heel nieuwe wereld open. Maar ik vond het heel mooi om op die manier Manon zwanger te mogen maken”

Hoe gezellig dat etentje ook was, zoiets als met elkaar een kind maken is niet meteen beklonken. Na dat casual etentje hebben we ruim een jaar overleg gehad met elkaar over hoe we het zouden aanpakken. Soms waren we het niet met elkaar eens en snapten we elkaar niet, soms zaten we op één lijn. Het is ook best ingewikkeld, want als we het alle drie met elkaar eens zouden worden dan zouden we (hopelijk) voor de rest van ons leven aan elkaar vastzitten. In januari 2017 hebben we bij de notaris een overeenkomst opgesteld waarin onze wederzijdse afspraken beschreven stonden. En dan gaat het pas echt beginnen. Manon had in 2016 uitgezocht bij een vrouwenkliniek of ze überhaupt kinderen kon krijgen, anders zou het zonde zijn om dit traject in te gaan. Nadat we bij de notaris waren geweest gingen we voor het eerst met z’n drieën naar het ziekenhuis, want ook bij hem moest er worden gekeken of hij vruchtbaar was. We lieten meteen wat van het witte goud invriezen, mocht er met hem iets gebeuren, dan hadden we alvast wat veilig gesteld. ‘Spuitjes, potjes, opzetstukjes, sperma; voor mij ging een heel nieuwe wereld open. Maar ik vond het heel mooi om op die manier Manon zwanger te mogen maken’

Spuitjes, potjes, opzetstukjes; een heel nieuwe wereld. We wilden de bevruchting zo ‘vers’ mogelijk doen, dus niet in het ziekenhuis, maar thuis. Dan was de kans het grootst op een daadwerkelijke bevruchting. Manon was al tijden op ovulatiesticks aan het plassen om haar cyclus zo goed mogelijk te meten. En als het dan zover was gingen we twee, soms wel drie keer, per cyclus insemineren. Mijn taak was die van boodschappendienst: als het zo ver was sprong ik op de fiets om bij hem thuis het potje op te halen. Soms kwam hij ’s avonds bij ons, aten we samen, dronken een wijntje en liet hij het potje achter op de slaapkamer en wenste ons vervolgens veel plezier. Spuitjes, potjes, opzetstukjes, sperma; voor mij ging een heel nieuwe wereld open. Maar ik vond het heel mooi om op die manier Manon zwanger te mogen maken. Dit begon allemaal heel leuk en gezellig, totdat we op een gegeven moment toch echt met drie agenda’s te maken hadden. En het duurde en duurde maar voordat het lukte. We hielden ons vast aan alle positieve verhalen van mensen bij wie het binnen een of twee keer proberen was gelukt. Zo ging het niet bij ons. Elke keer weer een negatieve test en dan ongesteld worden begon ons steeds zwaarder te vallen. Na zeven maanden waren we toe aan vakantie.

"Langzaam doemde een heel dikke streep op. Het was raak! We zijn nog nooit zo blij geweest."

In augustus 2017 waren we in Griekenland en zoals elke keer als Manon overtijd was deden we een zwangerschapstest. In de hotelkamer keken we naar het stickje dat voor ons op tafel lag. Langzaam doemde een heel dikke streep op. Het was raak! We zijn nog nooit zo blij geweest. Terug in Amsterdam zagen we bij de achtweken-echo een hartje kloppen. Het was het mooiste dat ik ooit had gezien. Weer een paar weken later kregen we de twaalfweken-echo. Alles zat goed. En bij 14 weken was nog steeds alles goed. Eindelijk konden we het iedereen vertellen. We hebben nog nooit zoveel likes gehad op een facebookpost. Tegelijkertijd met dit nieuwe leven werden we ook geconfronteerd met dood. Een jaar eerder was bij mijn vader een hersentumor ontdekt. Een tumor die erom bekend stond dat de overlevingskansen nihil zijn. Slechts een handvol mensen op de hele wereld overleven dit. Wij hadden ons erbij neergelegd dat mijn vader niet bij dit selecte clubje zou horen. Het was verdrietig, daarom was het ook zo fijn om met dit nieuwe leven bezig te zijn. De dag dat we aan iedereen we ons babynieuws wereldkundig maakten zijn we met mijn vader en moeder gaan kijken naar kinderwagens. Mijn ouders wilden ons dat cadeau doen, hun kleinkind was nog niet geboren en ze wilden het al verwennen. Mijn vader namen we mee in de rolstoel, want sinds een paar weken kon hij niet meer lopen. Mentaal en fysiek ging mijn vader hard achteruit. Dat ik nu met hem in een babywinkel liep en met hem een kinderwagen uitzocht was dan ook bijzonder. Tegelijkertijd hield ik er rekening mee dat hij nooit opa zou worden.

"In de stromende regen liepen we naar huis. Onze wangen waren zeiknat, van de regen én tranen"

Toen Manon 14 weken en vijf dagen zwanger was, belde ze me op mijn werk. Ze had licht bloedverlies, maar had op internet opgezocht en gelezen dat dat erbij kon horen. Ze had voor de zekerheid toch de verloskundige gebeld en we konden meteen langskomen, zodat ze ons gerust kon stellen. Ik zei dat het er ongetwijfeld bij hoorde, maar was er zelf helemaal niet zo gerust op. Binnen twintig minuten was ik van Hilversum, waar ik werk, naar de verloskundige praktijk in Amsterdam gereden. Manon lag op de behandeltafel, haar trui omhoog, buik bloot. De verloskundige pakte het Dopplerapparaat om de hartslag te zoeken. Ze vond het niet, maar dat lag aan het oude apparaatje verzekerde ze ons. Dus pakte ze een nieuwe. ‘Het gebeurt zo vaak dat ik de hartslag even niet kan vinden’, zei ze. Maar met dat nieuwe apparaatje vond ze ook niets. Daarom werd er een echo gemaakt en hierop zag ze meteen dat ons kindje niet meer leefde. Op dat moment knalden onze harten uit elkaar van verdriet en zakte de grond onder onze voeten weg. Ons lieve kindje was er niet meer. Voor Manon was het nog zwaarder. Zij had ons kind in haar buik. In de stromende regen liepen we naar huis. Onze wangen waren zeiknat, van de regen én tranen. De dagen die volgenden waren verdrietig en mooi tegelijk. De geboorte moest opgewekt worden, maar daar wilden we een paar dagen mee wachten zodat het natuurlijk kon gebeuren. In die dagen hebben we eindeloos door het bos gewandeld. Het ruisen van wind door de bomen geeft een kalmerend effect. We waren ons aan het opladen voor wat komen ging, de geboorte van een heel klein en dood kindje. Die dag vergeet ik nooit meer, Manon was heel sterk. Thuis is ze bevallen van onze zoon. ‘Konden we het nog opbrengen om met z’n drieën ten strijde te trekken? En als het elke keer misgaat, waar doen we het dan voor?’

Een nieuwe, laatste poging. In het voorjaar van 2018 pakten we de draad weer op. We hadden bewust een pauze ingelast met onze donor omdat we veel moesten verwerken. De miskraam en het overlijden van mijn vader een paar maanden later zorgden voor een intens verdriet. We wilden niet meteen doorgaan, maar in alle rust afscheid nemen van beiden. Pas in het voorjaar gingen onze harten langzaam weer openstaan. Maanden pendelden ik heen en weer of kwam onze donor bij ons langs. Die zomer gingen Manon en ik naar Amerika. Na zo’n ellendig jaar hadden we dat wel verdiend. Voordat we weggingen deden we weer een zwangerschapstest, het bleek weer raak te zijn. Die zomer bracht heel even zonlicht in ons leven, maar na zes weken ging het toch weer mis. En toch moet je door, of nee, wil je door. Maar wilden we het nog wel op deze manier? Konden we het nog opbrengen om met z’n drieën ten strijde te trekken? En als het elke keer misgaat, waar doen we het dan voor? We onderzochten voorzichtig het ziekenhuistraject en gingen bij een fertiliteitsarts langs die ons alle opties voorlegde. We zouden voor ICSI gaan. Een ingewikkelde en pijnlijke ingreep, waarbij Manon hormonen moest injecteren en eicellen eruit laten halen. Maar we wilden heel graag een kind, dus besloten we om nog een laatste natuurlijke manier te proberen en daarna de ziekenhuisbehandeling te starten.

"Samen vormen we eindelijk het gezin waar we zo naar uitkeken"

Full Circle-moment Op 2 december 2018 deden we, zoals elke keer als Manon overtijd was, weer een zwangerschapstest. En deze keer was ie positief! Zou dit dan de keer zijn? We waren dolblij, maar iets weerhield ons van onszelf helemaal op te zetten en ervoor te gaan. We wisten hoeveel verdriet het zou geven als het misgaat. De weken verstreken en we kregen extra echo’s om alles voor de zekerheid in de gaten te houden. Elke keer weer zagen we een kloppend hartje en kregen we meer vertrouwen dat dit kindje het zou gaan redden. Als kers op de taart ben ik in de zomer met Manon getrouwd. Vanaf nu kan ik haar mijn echtgenote noemen.

Alles kwam dit jaar goed. Een full circle-moment. Na een diep dal weet je hoe voelt als je op een hoge bergtop staat. En Manon en ik staan op die bergtop, samen met onze zoon Oscar. Samen vormen we eindelijk het gezin waar we zo naar uitkeken.

deel dit verhaal

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.