may 2020 / grace&us 09

“Once hope is lost, all is lost”

Lilian Voorveld

By: Grace&Us, Images by Grace&Us and Edwin Smulders

Lilian Voorveld (74) wist zich te ontworstelen uit het strenge katholieke milieu waarin ze opgroeide. Dat deed ze door haar eigen weg te kiezen, maar vooral door niet de moed te verliezen. Want als je dat doet, is alles verloren.

 – “Na de dood van mijn moeder werd alles anders. Praten over gevoelens, je hart volgen, het was allemaal niet bespreekbaar.”

Onlangs was ik met mijn zeven zussen een week op vakantie, iets wat we elk jaar doen. De oudste is 78, de jongste 65, ik ben de derde in de rij. We zijn allemaal verschillend, allemaal een ander leven en toch zijn we enorm verbonden met elkaar. Zo’n week is leuk en gezellig, maar brengt me ook altijd weer terug naar vroeger. Naar het gezin waarin ik opgroeide. Naar de plek waar ik vandaan kom, maar vooral waar ik me uit heb weten te bevrijden

Toen ik dertien was werd mijn moeder ziek. Ze voelde zich niet lekker, ging naar het ziekenhuis en is nooit meer thuisgekomen. Ze had kanker en het was al snel duidelijk dat ze niet meer beter zou worden. We waren overrompeld, geschrokken, binnen een paar weken was mijn hele leven ondersteboven gehaald. De dag dat mijn moeder overleed stond ik met mijn jongste zusje in mijn armen. Ze was twee jaar en zei de hele tijd: ‘Mama toe’. Ik moest haar vertellen dat dat niet meer kon, terwijl ik zelf overmand was door verdriet. Nog steeds als ik aan dat moment denk, schiet ik vol. Ik kom uit een streng katholiek gezin, mijn ouders hadden een supermarkt en waren als ondernemers altijd druk. Maar uit school zat mijn moeder op ons te wachten. Daarna moest ze dan altijd wel weer werken, maar dat moment van even samenzijn was heel fijn. Dan zaten we met alle meisjes aan tafel en luisterde mijn moeder naar onze verhalen. Ze was ontzettend lief en zorgzaam. Als het koud was en we waren buiten geweest mochten we altijd onze handen onder haar armen steken om ze weer warm te maken. Nadat ze was overleden werd alles anders.

 – “Het meest vreselijke wat je als mens kan overkomen is dat iemand de regie overneemt over jouw leven.”

Na twee jaar hertrouwde mijn vader met een andere vrouw. Ik miste mijn moeder enorm, maar voor verdriet was geen ruimte. Er werd van ons verwacht dat we meehielpen in de winkel of thuis. Mijn vader was een strenge man en hield samen met zijn nieuwe vrouw het gezin in een ijzeren greep. We mochten geen kranten lezen en even rustig zitten met een kopje thee was er niet bij. Er moest hard gewerkt worden. Als we ’s avonds moe waren moesten we toch afwassen. Toen een van mijn zusjes na een hele dag helpen in de winkel een doos vol eieren liet vallen gaf hij haar zo’n harde klap dat ik dacht: hoe kun je zoiets bij je kind doen? Zijn wil was wet, hij bepaalde wat er gebeurde en we konden het niet snel goed doen in zijn ogen. Het ging hem vooral om de buitenkant. Als we voor anderen maar een voorbeeldig gezin waren, daar ging het mijn vader om. Praten over gevoelens, zeggen wat je dwarszit, je hart volgen, het was allemaal niet bespreekbaar. De strenge omgeving waarin ik opgroeide maakte me ergens ook vindingrijk. Elke ochtend moesten de oudste meisjes helpen met het brood uit de winkel naar hotels en restaurants in de buurt brengen. Ik vond het vreselijk om in alle vroegte door het hele dorp te fietsen, dus ik had tegen mijn vader gezegd dat ik non wilde worden. Als ik elke ochtend naar de kerk ging, hoefde ik in ieder geval niet te werken. En natuurlijk was ik niet van plan het klooster in te gaan, maar het hield me in ieder geval weg bij de drukte thuis. Het waren jaren van overleven. Maar ook van doorleven, want ik wilde niet opgeven. Ergens wist ik dat dit een keer zou stoppen, dat ik op een dag mijn eigen leven kon bepalen. Aan die gedachte hield ik me vast. Geen haar op mijn hoofd die er aan dacht om mijn hoofd te laten hangen. 

Het meest vreselijke wat je als mens kan overkomen is dat iemand de regie overneemt over jouw leven. En dat dan ook nog op een heel onaardige manier doet. Zo waren die jaren met mijn tweede moeder. Ook zij regeerde met strenge hand over ons gezin. Mijn zussen en ik werden om de beurt een jaar van school gehaald om thuis en in de winkel te helpen. Toch lukte het me uiteindelijk om me langzaam een beetje los te wrikken. Ik wilde heel graag naar Amsterdam om daar een opleiding voor schoonheidsspecialiste te doen. Mijn vader zei nee, maar zijn vrouw zei dat hij mij moest laten gaan. Waarschijnlijk omdat ze ook wel inzag dat ik mijn kont tegen de krib begon te gooien. Ik wilde bijvoorbeeld graag een eigen kamer hebben. Ik snakte naar een plek voor mezelf, maar dat mocht niet. Of nee, het mocht wel, maar dan moest ik er maar zelf voor zorgen dat het er kwam. En dat heb ik gedaan. Ik spaarde net zo lang totdat ik hout kon kopen en een hokje in huis kon timmeren dat helemaal van mij was. Het was mijn vorm van verzet. In die zin was mijn tweede moeder mij liever kwijt dan rijk. Op mijn zeventiende ging ik naar Amsterdam, dat wat ik altijd al had willen doen. Het voelde als een nieuw begin. Mijn geboortenaam is Lidy, maar op de dag dat ik naar de stad vertrok veranderde ik mijn naam in Lilian. Het was een afsluiting van een heftige periode en het begin van een periode dat ik voor mezelf ging kiezen, daar hoorde gewoon een nieuwe naam bij. 

Als je je moeder op jonge leeftijd verliest, moet je jezelf als vrouw uitvinden. Ik had geen voorbeeld, er was niemand aan wie ik dingen kon vragen, niemand die me stimuleerde en niemand die me tegenhield. Volwassen worden ging voor mij met vallen en opstaan. Ik wilde het anders dan mijn ouders doen, mijn eigen keuzes maken, maar hoe wist ik niet. Ik heb het op de harde manier moeten leren, door keihard mijn hoofd te stoten, maar gelukkig ook op de zachte manier. En daar heeft Hennie, mijn man, een grote rol in gespeeld. Hij heeft me letterlijk zachter gemaakt, niet alleen door lief voor mij te zijn, maar door te laten zien dat het goed is om naar je hart te luisteren. Hij leerde me om achter mijn keuzes te staan, om te gaan voor wat ik wilde. Toen we net samen waren kreeg ik de kans om een salon over te nemen. Ik was jong, het was aan de andere kant van Nederland en hij zei gewoon: ‘Moet je doen’. Mijn tweede moeder dacht daar anders over, die wilde het niet. Ze verbood het me zelfs om te gaan, maar ik heb toch doorgezet. Met Hennie naast me durfde ik dat. We verhuisden en woonden een jaar op een kamertje van drie bij drie. Omdat de angst voor mijn vader en zijn vrouw groot was, zei ik tegen Hennie dat het misschien beter was als we meteen probeerden zwanger te worden. Met een eigen gezin hadden zij in ieder geval niks meer over me te zeggen. Gelukkig was Hennie verstandiger. Die vond dat we te jong waren en dat we eerst maar eens de boel op de rit moesten krijgen. Dat we dat hebben gedaan, daar ben ik nu nog heel blij om. Want we hebben een geweldige tijd gehad. Met Hennie op dat kleine kamertje kon ik voor het eerst heel diep ademhalen. Ik was vrij, ik deed wat ik wilde en was met de man met wie ik zielsgelukkig was. Het voelde alsof ik letterlijk bij mezelf was thuisgekomen.

 – “Hennie heeft me letterlijk zachter gemaakt, niet alleen door lief voor mij te zijn, maar door te laten zien dat het goed is om naar je hart te luisteren.”

Die kinderen kwamen er alsnog. Natuurlijk! Ik wilde dolgraag moeder worden. Het was nog wel spannend of dat zou lukken. Op mijn zestiende heb ik een ongeluk gehad waardoor ik mijn bekken heb gebroken en rug heb beschadigd. De artsen hadden gezegd dat ik er rekening mee moest houden dat zwanger worden moeilijk was. Maar het lukte. We kregen twee prachtige dochters, ik was dolgelukkig. Toen ik zelf moeder werd ben ik eigenlijk pas de dood van mijn moeder gaan verwerken. Ik was destijds dertien, veel te jong om met zo’n groot verlies om te gaan. Ik schoot meteen in de overlevingstand, tijd om de rouwen was er niet. Maar nu ik zelf kinderen had, begreep ik haar zo veel meer. Ik zag niet alleen hoe ontzettend lief ze was geweest, maar ook zwaar zij het had gehad. Ze was zelf op haar zestiende wees geworden. In die zin heeft zij zich ook als vrouw zelf moeten uitvinden. Ik ontdekte dat ik eigenlijk best veel op haar lijk en realiseerde me hoe moeilijk het voor haar moet zijn geweest om afscheid te moeten nemen van haar kinderen. En ook nu was Hennie een enorme steun voor mij. Als hij zag hoe moeilijk ik het soms had zei hij tegen me: ‘Ga even met je moeder praten’. En dat deed ik dan, in mijn hoofd, alleen in mijn kamer. Het gaf troost om op die manier bij haar te zijn.

 – “Je kunt niet altijd het pad van je kinderen effenen. Ik heb moeten leren loslaten. En ook dat gaat met vallen en opstaan.”

Ook als moeder heb ik mezelf moeten uitvinden. Ik had immers geen voorbeeld. De eerste vier jaar was ik als een leeuwin voor mijn dochters. Ik waakte over elke stap die zij zetten. Grappig genoeg hebben al mijn zussen dat ook bij hun kinderen gedaan. We denken dat het te maken heeft met het feit dat we allemaal die eerste vier jaren, voordat we naar de kleuterschool gingen, dichtbij onze moeder waren. Letterlijk, want ze nam om gewoon mee als ze moest werken, maar ook gevoelsmatig. Het waren jaren dat we ons geliefd en geborgen voelde. Dat heeft een basis gelegd vanuit waar wij zijn gaan ‘moederen’. Maar je kunt niet altijd het pad van je kinderen effenen. Ik heb moeten leren loslaten. En ook dat gaat met vallen en opstaan. Ik wilde dat onze dochters hun eigen keuzes konden maken, dat ze zich niet geremd, maar gesteund voelde. Ik wilde ze de vrijheid geven om zich te ontwikkelen tot de vrouwen die ze wilden worden, en zíjn geworden. Ik leerde dat het goed is om soms een stap opzij te zetten, woorden in te slikken en ze fouten te laten maken. Ik wilde hun weg zo glad mogelijk maken, maar zag dat ze veel meer leerden door hun neus te stoten. Ik liet ze weten dat ze het zelf konden en dat als het niet ging, ik er altijd voor hen zou zijn. Of dat is gelukt? Ik denk het wel. Het zijn enorme mooie, sterke, zelfstandige, eigenwijze en doortastende vrouwen. Ik hoop dat ik ze genoeg heb kunnen loslaten dat ze zich vrij voelden en dat ik ze genoeg heb vastgehouden om geliefd te voelen.  

 – “Laat nooit de moed zakken, geef nooit op, want alleen dan kun je het leven, jouw leven, vormgeven.“ 

Als ik terugkijk naar hoe mijn leven is gelopen durf ik best te zeggen dat ik trots ben op mezelf. Ik ben niet iemand die zichzelf snel een schouderklopje geeft, maar ik heb er hard voor gewerkt om de balans te vinden die er nu is. Ik zeg altijd tegen mijn kinderen: ‘Moed verloren, al verloren’, het is de les die ik hen, en hun kinderen, wil meegeven. Laat nooit de moed zakken, geef nooit op, want alleen dan kun je het leven, jouw leven, vormgeven.

Anouk Smulders, "Lilian Voorveld is mijn moeder. Zij woont op de Veluwe met mijn vader, Hennie Voorveld. Samen hebben zij twee dochters Nicole en moi, Anouk en 3 kleinkinderen. Ze is de allerbeste chef, zij neemt iedereen die een beetje support nodig heeft onder haar vleugels, heeft ontelbare keren op de tafels gedanst (geen grap) is een enorme tennisfan en speler. Ze heeft een grotere sociale agenda dan jij en ik bij elkaar en denkt dat zij 58 is…. terwijl zij 75 is!

deel dit verhaal

Share on facebook
Share on twitter
Share on whatsapp

3 reacties op “Lilian Voorveld”

  1. ik ken deze Lilian als een schat van, een vrouw die met iedereen het beste voor heeft
    Leuk om haar levensverhaal te lezen sommige dingen zijn zo herkenbaar uit die tijd
    Gerda van den Top

  2. Bijzonder mooi verhaal met veel raakvlakken, heel herkenbaar. Ben zelf ook op 14 jarige leeftijd m’n moeder verloren, en heb nu ook 2 dochter. Wordt zelf volgende maand 43, de leeftijd dat m’n moeder is overleden. Dat zet je echt aan het denken. Misschien moet ik het bijzondere nachtje in Baarn mezelf kado geven voor m’n verjaardag ☺️!!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.